Menu

Een grijze dag

Een grijze dag

DoorWendy van Schaik Datum11 oktober 2019 0 reacties

rhendi-rukmana-H0lTOg1t_0o-unsplash.jpg

Ze zit voor zich uit te staren terwijl ze haar handen over haar schoot wrijft in het wiegende ritme van de schommelstoel. De regen tikt tegen het raam. Het is een grijze dag. De zon heeft besloten vandaag binnen te blijven.

'Koffie?'
'Doe nog maar wat,' zegt ze.

Zwijgzaam giet ik met mijn ene hand haar mok vol terwijl mijn andere hand ervoor zorgt dat twee zoetjes zich vermengen met de hete vloeistof. Ik weet dat ze me gaat vragen of ik er zoetjes in heb gedaan, dus ik ben haar voor. Ze knikt. 'Mooi, kind, fijn zo.'

Ik loop naar de keuken en vanuit de woonkamer klinkt een diepe zucht, waarna het tikken van de klok weer meer hoorbaar is dan onze ademhaling. Oma past zich aan aan de dag. Ze heeft nauwelijks een woord gesproken. Ik pas me aan aan mijn oma. Soms is zwijgen beter dan de ongemakkelijke stilte vullen met betekenisloze woorden.

Mijn blik gaat langs haar muur, gevuld met herinneringen van toen zij jong was, van toen opa er nog was, van toen ik klein was en de wereld nog onschuldig leek. Vrolijke foto's met kleuren als roze, en groen als het zomergras, met lachende mensen die stralen. Alles in contrast met vandaag.

Op de grond staan porseleinen poppen, beelden van Ot en Sien en allerlei frutsels om je woonkamer en leven mee te vullen. Oma heeft één zoon. Mijn vader. Twee maanden zwanger was ze toen haar man van een steiger afviel. Daarna is hij nooit meer dezelfde geweest. Oma bleef hem trouw.

Op de dagen dat mijn oma op de praatstoel zit vertelt ze weleens over haar huwelijk, over de bijna dwangmatige bezorgdheid over mijn vader en hoe ze in mijn eerste levensjaren er altijd was om voor me te zorgen. Ze vertelt dan over haar jeugd, hoe zwaar deze soms was, maar dat ze toch als kind kon genieten. Over dat ze rijkdom kent, doordat ze weet wat echte armoede is.

Ze vertelt regelmatig lachend over hoe ik als vierjarig meisje haar sjaal verstopte achter de gordijnen omdat ik niet wilde dat ze naar huis zou gaan. En met grote ernst over die nacht dat ik als klein kind belde dat papa weg was en we alleen thuis waren, en ze in het duister door de bossen naar ons toe is gefietst.

Oma was er altijd. Voor snoepjes, cadeautjes, natte zoenen en dikke knuffels. Op dagen dat de mussen van het dak vielen en wanneer de regen met bakken uit de hemel kwam. Oma was er altijd.

De klok slaat vier uur. Oma schrikt en ik sta op. Er staan nog duizend-en-een dingen op mijn lijstje.

'Ga je al weg, kind?' 

Mijn ogen zien haar gerimpelde, bleke gezicht. Haar blauwe ogen mat. Ik vind het lastig mijn oma oud te zien worden. Echt oud, met gebreken. Vooral als ik zie dat pijnlijke herinneringen haar wroegen. Ze zegt geen woord maar haar gezicht spreekt boekdelen.

Ik loop naar haar toe, omhels haar stevig. Mijn hand pakt haar koffiemok en duwt deze in haar handen. Ik blijf nog wel een tijdje, oma, ik blijf nog. Niemand hoort op grijze dagen alleen te zijn.

Wendy van Schaik

Wendy heeft samen met haar man Harm vier kinderen. Ze is theatermaker, schrijft graag gedichten, geeft les en acteert.



Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd