Menu

Mijn oma van 86

hand-3188288_1920.jpgdonderdag 17 januari 2019

Het is woensdagmiddag en ik parkeer mijn auto voor de flat van mijn oma. Het is altijd een wedstrijd wie er als eerste op de bel heeft gedrukt.
Mijn zoon heeft gewonnen dit keer.
‘Hallo?‘, klinkt het door de speaker heen.
‘Oma! ’ gillen de kinderen.
‘Hallo?‘, roept oma weer.

Ze hangt op en de schuifdeur van de flat blijft dicht.

Oma, wordt een beetje doof, leg ik uit. ‘Zijn haar oren kapot?’ vraagt mijn dochter. ‘Ja zoiets, dat gebeurt als je ouder wordt’.

‘Kan je dan weer worden gemaakt?’, vraagt ze verder. ‘Nee niet altijd’, zeg ik terwijl ik op de bel druk.

De deur gaat open.

Wederom heeft mijn zoon de hoofdprijs en vliegt oma als eerste in de armen.

‘Oh kind, pas op, mijn rug’.
Ik zie mijn dochter angstvallig denken of oma's rug misschien ook kapot is. ‘Wil je er een kusje op oma, dan gaat het misschien over.’ 

Oma praat honderduit;  dat de wasvrouw is geweest die haar moet douchen en dat ze dat niet wil, een vreemde aan haar lijf, dat ze benauwd werd in de douche en toen maar op de grond is gaan liggen, omdat ze herinnerde dat ze als kind dat ook eens deed toen ze koorts had, en dat ze toen bijna niet overeind kwam.

Terwijl mijn oma haar monoloog voortzet, bekijk ik haar.
Haren rood geverfd, ogen die af en toe nog sprankelen, ze is niet heel veel veranderd. Behalve dat haar gezicht moeheid uitstraalt.

‘Ach kind, het laat me allemaal wat in de steek.’ Mijn hoofd, mijn lijf, het wil allemaal niet meer zo.’

Ze is 86 en al een lange tijd alleen, maar wist nog van het leven te genieten. Tot een jaar geleden, dat ze niet meer mocht fietsen, omdat ze te wankel werd. Dat ze genoodzaakt was hulp in huis te nemen, eerst om het huis te poetsen en later haar lijf.

Mijn oma geniet van de spelende achterkleinkinderen.
‘Ik had een hard leven als kind. Ik moest werken op het veen, maar als ik speelde dan was ik vrij als een vogel, dan kon ik doen wat ik wilde.’
‘Nu is dat niet meer zo’, verzucht ze, ‘je vrijheid wordt minder als je ouder wordt.’

Ik wil eigenlijk mijn oma opvrolijken. Dit alles relativeren: dat ze nog altijd bezoek krijgt, dat ze met de rollator zich nog kan voortbewegen, maar ik houd mezelf tegen. Ik zie een vogel die zich gekooid voelt. Eens sloeg ze haar vleugels uit, heeft ze kunnen doen en laten wat ze wilde. Eens was ze vrij.  Maar nu laat haar lichaam dat niet meer toe. Mijn oma heeft verdriet. Ze rouwt over een lichaam dat haar in de steek laat.
En ik luister, ik laat dat bestaan. Oma's mogen ook huilen.

Dochterlief geeft oma een pop en oma wiegt het heen en weer. ‘Jij gaat slapen, jij bent moe, doet je beide ogen toe, Heere houdt ook deze nacht, over jou getrouw de wacht’. Mijn dochter kijkt met stralende ogen naar hoe oma met de pop speelt. Ik zie mijn oma weer even kind zijn.

Het is tijd om te gaan. We omhelzen elkaar, nog iets steviger deze keer.

‘Dag oma, tot volgende week.'
Terwijl ik achter mijn kinderen aanren, bid ik zachtjes:
‘Here houdt ook deze dag en nacht, over mijn oma getrouw de wacht.’

Wendy van Schaik

Wendy heeft samen met haar man Harm vier prachtige kinderen en is in het dagelijkse leven theatermaker, schrijft graag gedichten, geeft les en acteert.

Labels
Algemeen

« Terug